
1. Rode wijn: uit blauwe druiven, waarvan het sap van de vaste bestanddelen gescheiden wordt na volledige of gedeeltelijke gisting. De roodblauwe kleur bevindt zich in de schil. De intensiteit van de kleur wordt bepaald door de contacttijd tussen schil en most (maceratie).
2. Witte wijn: uit witte of blauwe druiven. Er is geen maceratie.
3. Rosé wijn: bekomen van blauwe druiven, waarbij de contacttijd schil-most kort is (24u). Vin gris is een nog lichtere rosé.